Serveren – variaties

In een vorig blog schreven we het al: ieder punt begint met een service. In dit artikel gaan we verder in op het belang van een goede service. Met een goede service kun je direct een punt scoren of op zijn minst zorgen dat jouw tegenstander niet direct kan aanvallen. Ook kun je controle uitoefenen op de plek waar je de bal terugverwacht. Dat geeft weer voordelen bij de volgende bal die je slaat. Heb je nog meer redenen nodig om op je service te trainen? Bedenk dan, dat de meeste rally’s maar 2, 3 of 4 slagen duren. Een rally bestaat soms dus voor 50%  (resp. 33% of 25%) uit de service!

Basisprincipes

Een goede service ontwikkel je niet zomaar. Het vraagt om training. Kijk ook naar anderen waarvan jij vindt dat ze een sterke service hebben. Durf tijdens je trainingen te experimenteren en nieuwe dingen uit te proberen. Door verschillende variaties in de service aan te leren, kun je tijdens een wedstrijd bepalen welke service je het beste kunt inzetten. Bedenk op zo’n moment welke service je  kiest; serveer nooit zomaar. Gebruik een service ook pas in een wedstrijd als je deze (op een training) beheerst.

Variatie in de service

Door te variëren in je service kun je je tegenstander verrassen en daarmee voordeel behalen in het spel. Je kunt op diverse manieren variëren:

  • Afwisselen met de kant van je batje: backhand of forehand
  • De lengte van je bal (lang, halflang of kort): waar raakt de bal de helft van de tegenstander
  • Het effect in de bal: backspin, contra, topspin, zijspin of  ‘dode’ bal
  • Het plaatsen van de bal: naar de forehand, midden of backhand van de tegenstander

Praktische aanwijzingen

  1. Een gecamoufleerde service met weinig effect is vaak beter dan een niet gecamoufleerde service met veel effect.
    (Sinds 1 juli 2002 moeten de scheidsrechter en je tegenstander de bal wel kunnen blijven zien!)
  2. Goed serveren betekent niet dat je bij elke service-beurt 2 verschillende services gebruikt.
    Daar heb je vaak zelf het meeste last van.
  3. Probeer vanuit 1 standaardhouding en met 1 standaardbeweging verschillende effecten te serveren.
    De kwaliteit van je service hangt af van de mate waarop je het effect kunt camoufleren.
  4. Raak de bal niet te hoog.
    Hoe hoger de bal wordt geraakt, hoe hoger de bal op stuitert. Bovendien kun je dan ook geen geen goede snelle en lange service geven.
    Dit komt vaak voor bij een service met een hoge opgooi.
  5. Breng je batje en lichaam direct na de service terug in uitgangspositie.
    Terwijl de tegenstander de bal al ontvangen heeft, zijn veel serveerders nog bezig met de nabeweging van de service.
  6. Zorg dat je een ‘rare’ service achter de hand hebt.
    Eentje die er vreemd uit ziet of die je normaal niet zou doen. Door het onverwachte kun je de tegenstander verrassen.
  7. Hoe goed je service ook is: sta klaar voor de geretourneerde bal!
    Elk voordeel heeft een nadeel. Soms weet je dat de service zo goed is, dat je verwacht dat de bal slecht of niet wordt geretourneerd.
    Trap niet in die valkuil: sta direct klaar voor de volgende bal.

Aan de slag!

Pak een doos met ballen en ga serveren.
Markeer een punt op tafel (bijvoorbeeld met een lege doos of plastic bekertje), zodat je een doel hebt om op te mikken. Richt je service op die doos. Varieer bij de training: een serie kort, halfkort of lang, de 2e stuit net wel of net niet op tafel, of door elkaar; terwijl je bezig bent ontdek je al snel wat het effect is.

Succes!

Aantal keer bekeken: 1104

Share

Speak Your Mind

*

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.